Marenland wandeltocht te Winsum

Zaterdag 27 januari 2018. Vandaag de Marenland wandeltocht te Winsum gewandeld. Het was voor ons 1 uur en 20 minuten rijden naar het Groningse Winsum maar het was de moeite waard. Een prachtige wandeltocht door het weidse Groninger landschap. Met verrassend mooie boerderijen. De dorpjes onderweg waren het bekijken, van de mooie oude huisjes, meer dan waard. Wat dan ook veel foto’s opleverde. Het weer liet zich van zijn beste kant zien met bijna geen wind een bijna zonnetje en een goede wandeltemperatuur van 6 graden. Stem op onze foto bij de Friesland.

Voor de foto reportage klik hier.

Voor foto’s downloaden of bestellen klik hier.

De informatie van De FLAL vooraf:  Marenland wandeltocht
“Marenlandwandeltocht” vanuit Winsum op 27 januari volgt een route door de dorpen Winsum, Tinallinge, Baflo, Mensingeweer, ( buurtschap) Abelstok, Schouwerzijl, (buurtschap) Schaphalsterzijl en door het door het voormalige Reitdiepgebied. De 40 kilometer route gaat nog via Groot- en Klein Wetsinge, Sauwerd richting Winsum. Via oude kerkpaden, buurtschappen, karakteristieke dorpjes lopen de wandelaars een interessante wandeltocht.
Winsum: de Hunze liep vroeger langs Winsum. Doordat de Fivel langzaam maar zeker steeds verder verzandde werd de handelsroute via de Hunze steeds belangrijker. Als gevolg daarvan moet Winsum al in de vroege middeleeuwen een handelsnederzetting geweest zijn. Dat blijkt ook uit een oorkonde uit 1057 waarbij de Duitse koning Hendrik IV onder regentschap van zijn moeder de grafelijke rechten over de gouwen Hunsingo en Fivelingo aan de aartsbisschop van Hamburg schenkt, met daarbij onder andere het recht een markt te stichten in Winsum en het recht om munten te slaan. Van enige daadwerkelijke macht van de bisschop is overigens niets bekend. Dat er echter daadwerkelijk Winsumer munten in deze tijd zijn geslagen, blijkt uit vondsten in het Oostzeegebied. Ondanks het oude markt- en muntrecht heeft Winsum, mede dankzij de dominante positie van Groningen, zich echter niet ontwikkelt tot stad.
In 1276 werd in het dorp een klooster door de dominicanen gesticht. Hoewel het in vergelijking met Aduard een betrekkelijk bescheiden vestiging was, heeft het in de zestiende eeuw dienstgedaan als vergaderplaats voor de Staten van de Ommelanden. Na de Reductie van Groningen in 1594 werd het klooster gesloten. Er resteert niets meer van, zelfs de precieze locatie is niet meer bekend.
Tinallinge is ontstaan op een wierde, die waarschijnlijk ontstond rond 500 v.Chr. en een oppervlakte van 6 hectare heeft. De wierde heeft een hoogte van 3,7 meter (boven NAP). Het grootste deel van de wierde is onbebouwd. De ossengang rond de wierde is nog deels intact. De oudste vermelding van het dorp dateert uit de tiende eeuw als het Ingaddingenheim wordt genoemd. Na het begin van de 20e eeuw is er nauwelijks meer gebouwd. In 2003 werd de wierde tot archeologisch monument verklaard.
Op de wierde staat een kerk waaromheen de bebouwing is geplaatst. Tegenover de kerk staat de vroegere hervormde dorpsschool (verenigingsgebouw) uit de 19e eeuw, die nu in gebruik is als dorpshuis. Ernaast staat de vroegere schoolmeesterswoning. Naast de kerk staat de pastorie (weem), die begin 21e eeuw is herbouwd in oude stijl. Ten noorden van de kerk ligt een kruidentuin met boomgaard.
Baflo: De Baffelder wierde dateert van omstreeks 600 v.Chr. Rond die tijd was het gebied van Noord-Groningen half land en half zee, omdat het periodiek overstroomde. Aan het einde van de 8e eeuw zou Liudger een kerkje hebben gesticht in Baflo. Baflo wordt zelf voor het eerst genoemd als ‘Bestlon’ in 945 in een lijst van bezittingen van de abdij van Fulda (oorkonde in het Oorkondenboek van Groningen en Drenthe), maar zou ouder zijn dan het reeds in 885 genoemde nabijgelegen dorp Den Andel. Rond 1000 wordt het dorp ‘Bahtlon’ genoemd in een lijst van de goederen van het klooster van Werden en in 1221 wordt het genoemd als ‘Beftlo’ toen Maarhuizen als parochie werd afgescheiden van de kerk van Baflo. Het voorvoegsel beft of baft wordt vertaald als “achter” en het achtervoegsel -lo als “moerasbossen” in de betekenis “achter de moerasbossen” of misschien “de achtermoerassen”. Het moeras verwijst hier naar de lager gelegen gronden ten zuiden van Baflo
Mensingeweer: (Gronings: Menskeweer) is een dorp in de gemeente De Marne in de Nederlandse provincie Groningen. Het dorp telde in 2016 volgens het CBS 135 inwoners
Het is gelegen aan de provinciale weg (de N361) van Winsum naar Leens op het kruispunt van de weg naar Eenrum. Ten westen van het dorp stroomt het Kanaal Baflo-Mensingeweer.
Bij Mensingeweer lag vroeger de borg Lulema, die voor het eerst werd genoemd in 1654. In 1823 werd de borg op afbraak verkocht en in 1841 werden de fundamenten verwijderd.
Het dorp bezit drie bruggen, de Westerbrug in de Eenrumerweg, een hoogholtje en de Leitil aan de oostzijde van het dorp in de provinciale weg. Op de plek waar nu de Westerbrug ligt, was voor 1853 een vaste dam. Dit was tevens het einde van de trekschuit vanaf Groningen. Wie verder wilde kon hier overstappen op de schuit naar Ulrum. Het is nog steeds duidelijk te zien dat het kanaal ter plekke van de brug een klein slingertje maakt – de beide kanalen (nu het Mensingeweersterloopdiep) lagen niet geheel in elkaars verlengde.
De naam betekent waarschijnlijk: de weer (wierde) van Menze (= persoonsnaam). Wie dat te gewoon vindt, leest de sage van Abel Stok. De naam Abelstokstertil is in Groningen tamelijk bekend. De uitgang til is Oudfries voor ‘houten brug’, oorspronkelijk een geïmproviseerde brug die ’s winters werd verwijderd.
De herkomst van het eerste deel de naam is onzeker. Mogelijk is het genoemd naar een paal (stok) die daar in of bij het water was geplaatst namens de abt van Olde- en Nijenklooster (ten noorden van Wehe-den Hoorn). De naam Abelstok wordt voor het eerst vermeld in 1521 in verband met het onderhoud van de Kromme Raken vanaf dit punt tot aan de sluis bij Schouwerzijl; in 1595 werd een regeling getroffen voor het onderhoud van de Abelstokstertil. Voor het toezicht waren de ‘volmachten van Abelstok’ verantwoordelijk. Tot 1826 hadden de boerderijen van Nijenklooster een verplichting (servituut) tot het dagelijkse onderhoud, daarna nam de provincie het onderhoud over. Abelstok zou dan staan voor ‘abtenstok’. De paal zou bedoeld kunnen zijn om een doorwaadbare plek aan te geven, het zou een grenspaal kunnen zijn geweest of een plek waar het wegstromende water stokte (Oostfries stuken, Fries stûkje), zoals bij de plaatsnaam Stockfleth (een verdronken dorp bij Glückstadt). De aanduiding stok zou ten slotte ook kunnen verwijzen naar een vlonder of smalle loopbrug met één leuning, Middelnederlands stech, Oostfries steg. Vergelijk ook Middelnederlands stege (‘steiger, oprit van een dijk’).
Abelstok: De naam is al lang in gebruik en dus – zoals wel wordt gedacht – zeker geen verwijzing naar de nabijgelegen boomgaard, waar bij de ingang de naam Abelstok is aangebracht. Dankzij de media is de naam in de laatste decennia steeds bekender geworden.
Een 19e-eeuwse sage wil doen geloven dat een zekere Abel de naamgever was. Hij had gewed dat hij met een polsstok over het water kon springen. Dat lukte hem inderdaad, maar hij sprong zo ver dat niemand hem nog kon zien, waarop iedereen “Wee, wee” riep. Zo kwam Wehe aan zijn naam. Om aan te geven dat hij goed was overgekomen blies de bakker op zijn hoorn. Zo kreeg Den Hoorn zijn naam. Toen was men gerustgesteld en zei: “d’ Mens is er weer” en dat werd: Mensingeweer. De sage werd op rijm gezet door Tonnis van Duinen en staat afgedrukt in de Groninger volksalmanak van 1839
Schouwerzijl: Het dorp is genoemd naar de zijl (spuisluis) in de Kromme Raken en de nabijgelegen wierde Schouwen. Rond de sluis is een dorp ontstaan, terwijl op de wierde waarnaar het dorp is genoemd slechts een enkele boerderij is overgebleven. Deze boerderij wordt vanouds Vledderbosch genoemd; oorspronkelijk bevond zich hier een voorwerk van het Oldeklooster te Kloosterburen.
Wetsinge: de naam Groot Wetsinge is een wat verwarrende naam; er staan namelijk minder huizen dan in Klein Wetsinge. Groot betekent hier hoog, vanwege de wierde waar het dorp op ligt. Klein Wetsinge, even ten zuiden van Groot Wetsinge, ligt niet op zo’n kunstmatige hoogte.
Het Wetsingermaar en de Wetsingerzijl zijn genoemd naar Wetsinge. Dit duidt erop dat het in oude tijden een belangrijk dorp moet zijn geweest. De eerste bewoning van de wierde van Groot Wetsinge stamt uit de 3e eeuw v.Chr. In de wierde zijn verschillende vondsten gedaan, waaronder een aarden lampje uit de 1e eeuw. De wierde vormt onderdeel van een cluster van wierden langs de oostelijke oever van de Hunze. Een nog gave wierde verheft zich aan de overzijde van de weg tussen Winsum en Groningen; de Schellingheheert. Rond 1890 werd de wierde van Groot Wetsinge aan oostzijde voor een klein deel afgegraven. Dit gedeelte werd bemalen door het molentje van de Lugtenborg’s polder.
Sauwerd (Gronings: Saauwerd) is een dorp in de gemeente Winsum in de provincie Groningen (Nederland). Het dorp is gebouwd rond een wierde, waar het ook zijn naam aan dankt. Het heeft ruim 1100 inwoners. Tot de gemeentelijke herindeling van 1990 hoorde het dorp bij de voormalige gemeente Adorp. Het gemeentehuis van Adorp stond in Sauwerd. Bij Sauwerd stond vroeger de machtige Onstaborg, die later werd herbouwd bij Wetsinge.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s