GW. Helenaveen: Mariapeel en Broemeerbos.

4 april 2014. Vandaag de laatste dag in Limburg en wandelen we de Groene Wissel van Helenaveen. Deze wandeling zal in het Broemeerbos een spannend vervolg krijgen. Maar we rijden eerst naar de parkeerplaats in de Mariapeel waar we om kwart voor 11 met de wandeling in het Mariaveen starten. We kuieren in dit natuurreservaat over prachtige bospaden, graspaden door het veengebied, een enkel struin pad en over zandwegen rakelings langs enorme vennen, waar de rust en stilte intens is. We komen eerst een grote groep Landgeiten tegen. Prachtige beesten met enorme hoorns. Ook zien we een gans op zijn nest. Verscholen in het hoge gras zit hij in elkaar gedoken op zijn nest. Als we bij de Helenavaart komen is het gedaan met de rust. Ambulance en Brandweer rijden met blauwe lichten en sirene naar het Broemeerbos. Wij moeten ook die kant op. Al snel zien we de brandweerauto staan, verder niks te zien. Als we doorlopen zien we de ambulance staan. Die kon niet verder het bos in omdat het pad te smal is. Nog steeds zien niet wat er aan de hand is. Als we nog 200 meter doorlopen komen we 6 wandelaars, de ambulance broeders en de brandweer mannen tegen. 1 van de wandelaars was onwel geworden en was geheel van de wereld.  Maar nu ging het weer een beetje. Al wandelend werd hij naar de ambulance gebracht. Daarna vervolgen we onze weg. Het laatste deel gaat over een paar heerlijke slingerpaadjes door het sfeervolle Broemeerbos. Na een leuk paadje door een houtwal komen we aan in Helenaveen.  Daar ontmoeten we 3 wandelaars die met de onwel geworden wandelaar onderweg waren. Het zijn Belgen uit Turnhout. Hun medewandelaar was naar het ziekenhuis in Geldrop gebracht. Het ging al wat beter met hem al was hij in het bos helemaal van de kaart. Na de lunch was het nog een klein stukje naar de auto. Een mooie wandeling waarin veel te beleven viel.  Klik op de foto voor de gehele reportage.

De Mariapeel is een hoogveen-achtig natuurgebied in de gemeente Horst aan de Maas in de Nederlandse provincie Limburg. Het is ca. 1400 ha groot en wordt beheerd door Staatsbosbeheer. Samen met Deurnese Peel en het Grauwveen is het sinds 1993 een beschermd drasland. Als Natura 2000-gebied is het bekend onder de naam Deurnsche Peel & Mariapeel. Het is aangewezen als vogelrichtlijngebied en habitatrichtlijngebied. De Mariapeel vormt vrijwel een geheel met het Grauwveen en de uitgestrekte Deurnese Peel aan de overzijde van de grens met de provincie Brabant. Met spreekt dan ook vaak van het complex Deurnese Peel-Mariapeel. Het betrekkelijk kleine Peelrestantje het Grauwveen ligt ten noorden van de spoorlijn Helmond-Venlo. Aan de rand van het gebied liggen de veenkolonieën Helenaveen en Griendtsveen.
Samen met de Groote Peel is het gebied Deurnese Peel-Mariapeel het belangrijkste overgebleven natuurgebied in de Peel. Het was oorspronkelijk hoogveengebied. De Mariapeel bestaat uit de complexen Mariaveen, Driehonderd Bunder en Horster Driehoek. Aanvankelijk werd in de Mariapeel, net als de meeste andere Peelgebieden, door boeren op kleinschalige wijze turf gedolven. Zo ontstonden de complexen van zogenaamde boerenkuilen langs lange Peelbanen, wegen nodig om de turf per kar af te voeren. Vanaf ca. 1885 werden vanuit Griendtsveen het hoogveen in de gemeente Horst op een meer grootschalige en planmatige manier vergraven. Er werden wijken, gegraven kanalen, aangelegd voor afwatering en afvoer van de turf. Zij werden hier aangelegd volgens het ingewikkelde ‘drietandsysteem’. De vervening in het Mariaveen is ouder dan die in de Driehonderd Bunder en de Horster Driehoek.
Nabij de toegangsweg naar Kamp twee lagen tot halverwege de 19e eeuw twee grote plassen, het Soemeer en het Broemeer. Daar tussendoor is in 1716 de grens tussen Brabant en Limburg getrokken. Een grenspaal met de opschriften Brabantia en Gelria staat er nog steeds.
De Mariapeel is op het nippertje ontsnapt aan grootschalige ontginning. Er waren reeds plannen gemaakt en zelfs al ontginningsgebouwen gebouwd toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. De Peel werd in verband daarmee -enigszins versterkt als onderdeel van de Peel-Raamstelling- tot militaire zone verklaard. Het weinig indrukwekkende Defensiekanaal met het 1200 meter open schootsveld aan de oostrand van het gebied herinnert nog aan stelling. Het ontginningsgebouw Kamp twee bleef bestaan en dient thans als beheerscentrum van Staatsbosbeheer.
De landgeit is een sober geitenras. De sterke, langharige geit is goed bestand tegen kouder klimaat, waardoor het dier veel voorkwam in de noordelijke Europese landen.
In Nederland kenden we de Drentse landgeit, de Veluwse landgeit en de Zeeuwse landgeit. De Nederlandse landgeit, zoals de Veluwse landgeit nu wordt genoemd, is het enige van oorsprong Nederlandse geitenras dat nog voorkomt. De geit komt voor op schilderijen uit de 16e eeuw, op schoolplaten, in de boekjes van Ot en Sien en op het leesplankje van Hoogeveen.
De Nederlandse landgeit is een dier dat met uitsterven werd bedreigd. Vanaf 1900 werd de landgeit met geïmporteerde rassen gekruist, zoals de saanen en de toggenburger, met als doel de melkproductie te vergroten. Na de Tweede Wereldoorlog was de landgeit bijna uitgestorven. In 1958 werden de laatste twee exemplaren afkomstig uit het Goois Natuurreservaat aan Diergaarde Blijdorp geschonken. De toenmalige directeur Dr. A.C. van Bemmel ging fokken met deze en enkele andere landgeiten, die nog voldoende van het type hadden. In 1971 gingen vier geiten en vier bokken naar het Rijksinstituut voor Natuurbeheer in Leersum, waar ermee verder gefokt werd. Dit koppel groeide in omvang en er kon worden geselecteerd op het oorspronkelijke type, zoals dat werd afgeleid uit oude afbeeldingen op schilderijen. In 2000 zijn er ruim duizend landgeiten in Nederland. De Nederlandse landgeit staat op de lijst van zeldzame huisdierrassen. De Nederlandse landgeit is een middelgroot, stevig dier met vrij korte poten. De minimummaat voor geiten is 65 cm, voor bokken 75 cm. Alle kleurslagen zijn mogelijk, alleen de kenmerkende toggenburger aftekening is ongewenst. Belletjes zijn niet toegestaan. De bokken van dit ras vallen op door hun enorme horens, die zich eerst naar achteren en dan zijdelings waaiervormig krommen, de punten enigszins naar boven gericht. De bokken hebben meestal een bokkenpruik, die vooral bij jonge dieren goed uitkomt, sik en een zwaar behaarde voorhand, terwijl de lichaamsbeharing afhangend en vrij lang is. De geiten zijn eveneens gehoornd, maar minder opvallend dan de bokken. De horens buigen recht naar achteren. Zij hebben een vrij korte kop met een wat ingebogen (in ieder geval geen bolle neuslijn) profiel en een sikje. Hun beharing is korter dan de bok, maar meestal lang en ruw. De Nederlandse landgeit wordt vooral als hobbydier gehouden en soms worden ze gemolken. Daarnaast worden ze ingezet bij de begrazing van natuurterreinen. De geit is erg goed geschikt voor de bestrijding van de opslag van berk en Amerikaanse vogelkers. De Nederlandse landgeit wordt onder andere door Staatsbosbeheer ingezet voor het beheer van de Vroongronden in de Kop van Schouwen en in het Bokkendal op Vlieland. Eén kudde houdt al ruim twintig jaar de Mariapeel vrij van ongewenste boomopslag. In de Mariapeel bevindt zich ook het centrum voor het verder fokken van de Nederlandse landgeit.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s